De woorden verschillen doorgaans niet in betekenis, maar af en toe soms toch wel. En soms heeft ook nog een andere betekenis.

 

af en toe                    

een enkele keer, zo nu en dan

 

De zon zal zich morgen slechts af en toe laten zien.

 

soms

een enkele keer, van tijd tot tijd

misschien, ‘denk ik’

 

Hier regent het soms dagen achter elkaar.

Denk jij soms dat ik geen zin heb?

 

Een bijdehante reactie op de laatste vraag is een antwoord met soms in de tijd-betekenis: Ja dat denk ik soms. En met enig ‘zin- en woordwerk’ is er ook een zinvolle combinatie te bedenken van de twee betekenissen: Heb jij soms soms ook zo’n plezier in synoniemen?

 

Onze taal kent nogal wat woorden om aan te geven hoe vaak keer iets voorkomt. Hoog in de frequentieschaal zitten dikwijls en vaak. Dit woordpaar is al behandeld. Bij af en toe en soms, kan men, net zoals bij vaak en dikwijls, denken aan het accent op een aantal keren of de handelingen (af en toe) tegenover het accent op de duur van de tijdstippen (soms). Dit onderscheid lijkt wat gezocht. Maar er zijn taalkundige analyses die dit ondersteunen. Zie het artikel van Marc van Oostendorp over de combinaties af en toe soms en soms af en toe. Soms (sorry, een enkele keer) lijkt de ene combinatie wel te kunnen en de andere niet. Dit kan te maken hebben met het feit dat af en toe eerder hoort bij het hoofdwerkwoord, dat vaak een handeling beschrijft, en soms eerder bij het hulpwerkwoord, dat vaker een tijdsbepaling aangeeft.

 

Deze serie gaat over verwarparen. Maar eigenlijk zijn al die vage frequentieaanduiders tussen nooit en altijd één grote woordkluwen. De belangrijkste staan hieronder; ze zijn ter wille van de overzichtelijkheid geordend in vier groepen.

 

  • laag frequent
    bijna nooit, zelden, sporadisch, bij uitzondering
  • matig frequent
    incidenteel, af en toe, bij tussenpozen, weleens, soms
  • tamelijk frequent
    vaak, dikwijls, doorgaans
  • hoog frequent
    meestal, steeds, in de regel, bijna altijd

 

Het precieze onderscheid tussen de categorieën en de woorden binnen die categorieën blijft vaag. En het wordt nog ingewikkelder met ontkenningen zoals niet altijd of meestal niet. Hoe interpreteer je niet zelden? Als zelden betekent ‘in tien procent van de gevallen’, slaat niet zelden dan op die andere negentig procent?

 

Oud-collega Carel van Wijk wees mij op onderzoek uit de medische wereld (uit de jaren negentig). Heel voorstelbaar dat juist artsen dit een interessant onderwerp vinden. Immers, wat moet een patiënt die hoort dat de kanker doorgaans niet terugkomt? Mag die patiënt blijer zijn dan de patiënt die hoort dat de bestraling in de regel succesvol is? Aan proefpersonen werd gevraagd om bij de diverse aanduiders percentages te geven, van 0 ‘nooit’ tot 100 ‘altijd’. Wat bleek? De relatieve ordening komt enigszins overeen met het schema hierboven. Maar de woorden hebben een behoorlijke bandbreedte en dus ook overlap. Een aanduiding als geregeld kreeg zelfs percentages van 25 tot 70. De conclusie was dat artsen beter percentages kunnen noemen en de conclusie moeten overlaten aan de patiënt. Immers tien procent kans op een miskraam is toch iets anders dan tien procent kans op dodelijke afloop van een operatie.

 

Maar er kwam ook kritiek op dit onderzoek. De frequentie hangt namelijk sterk af van de context. Een woordje als vaak kun je moeilijk vergelijken in zinnen als Puistjes zitten vaak in het gezicht of op de billen en Ik moet vaak naar het toilet. Ook moet je proefpersonen niet zelf een rangorde laten aanbrengen. Dan gaan ze extra nadenken en zichzelf corrigeren. Dus altijd losse zinnen in een concrete situatie, met daarin één mogelijkheid voor een frequentieaanduider, en dan vragen: ‘hoe vaak?’

 

Wordt het niet eens tijd om zo’n onderzoek te doen? Doet u mee met een semantisch veldonderzoek? Het is zo eenvoudig, en zo leuk! Wat moet u doen?

 

  1. Verzin een zin waarin veel van de hier genoemde frequentieaanduiders kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld:

 

Hij gaat ‘weleens’ naar de sauna.

 

  1. Leg deze zin voor aan een proefpersoon. En vraag om een getal met een periode te noemen bij ‘weleens’.
  2. Vraag daarna om toelichting, en om synoniemen. Vraag, als het kan, ook wat in zo’n geval ‘altijd’ betekent. Dan hebt u een vergelijkingspunt.
  3. Leg daarna dezelfde zin voor met een andere frequentieaanduider, en stel weer vraag 2 en 3.
  4. Ga zolang door met andere frequentieaanduiders tot de proefpersoon u wegjaagt.

 

U kunt uiteraard ook nog andere aanduiders toevoegen, zoals regelmatig, gewoonlijk, niet vaak. En uiteraard kunt u ook andere vragen bedenken, over ‘een nacht slecht slapen’ of ‘meer drinken dan u zich had voorgenomen’. En seksuologen hebben wel een standaardvraag over ‘hoe vaak’. Ik wacht met spanning op uw inzendingen. Laat in een reactie info@schrijfwijzer.nl. Of vraag om nadere toelichting, als u op problemen stuit. (Dat moet wel, anders is het geen echt onderzoek.)