in verwachting / zwanger

Er is geen verschil in betekenis. Wel is de focus anders.


in verwachting met een baby groeiend in de baarmoeder, in verwachting van de geboorte van een kind

 

Vroeger zei men niet ‘in verwachting’ maar ‘in blijde verwachting’ of ‘in gezegende omstandigheden’.

 

zwanger met een baby groeiend in de baarmoeder, vervuld van

 

Ik vind het zo vreemd dat ook aanstaande vaders zeggen dat ze ‘zwanger’ of ‘in verwachting’ zijn. 

 

Bij andere zoogdieren gebruiken we het beeldende woord ‘drachtig’. Wat jammer eigenlijk dat dit mooie woord niet voor ons soort wordt gebruikt. Maar ons soort heeft wel een woord en een woordcombinatie die prachtig en heel subtiel verschillen in de manier waarop we aankijken tegen ‘drachtig’. 

 

Bij zwanger denk je eerder aan de fysieke toestand, de opbollende buik. In het Fries betekent ‘swier’ niet alleen ‘zwanger’ maar ook ‘zwaar’. In oudere fasen van onze taal betekende zwanger ook ‘zwaar in bewegen’ of ‘zwaarlijvig’. Bij in verwachting denk je eerder aan de mentale toestand. Daarom kan een aanstaande vader ook zeggen dat zijn vrouw en hij samen ‘in verwachting' zijn. Ook is er verschil tussen ‘nu’ en ‘toekomst’. ‘Zwanger zijn’ slaat op de situatie zoals die is, en ‘in verwachting zijn’ wijst op de toekomst. En, hebt u ooit gehoord dat iemand ‘ongewenst in verwachting is’? Nee, dat komt doordat in verwachting iets positiefs oproept. Zwanger is veel neutraler, en kan daarom ook verbonden worden met ‘ongewenst’. 

 

Kortom, bij zwanger ligt de focus op fysiek-nu-neutraal; bij in verwachting ligt de focus op mentaal-toekomst-positief. En tot slot, zwanger betekent ook ‘vervuld van’. Negatief: Het geluid van gierende gevechtsvliegtuigen maakte de lucht boven de hellingen zwanger van dreiging. Positief: Gelukzalig wandelde zij in de avondlucht die zwanger was van lentegeuren.