De woorden worden door elkaar gebruikt, maar er is een belangrijk nuanceverschil. En vel heeft meer betekenissen.

 

huid               

omhulsel van menselijk of dierlijk lichaam

  • e huid is het grootste orgaan van de mens, gemiddeld 2 mm dik, met een gewicht van zo’n 17 kg.
  • Een dierenhuid als vloerkleed! Ik krijg er kippenvel van. Nou, eventueel wel een schapenvacht.

 

vel                   

uid als dunne beschermlaag; laagje verharde vloeistof, blad papier.

  • a de hongerstaking was hij echt vel over been.
  • Sluit een aangebroken emmer met verf goed af om vellen te voorkomen.
  • Quizvraag: Hoeveel weegt een vel 80 grams A4-papier? (5 gram, want 80:16).

 

Bij huid gaat het eerder om bedekking, bekleding of omhulsel van het inwendige. Het woord is afkomstig van een Grieks woord dat ‘verbergen’ betekent. Bij vel gaat het eerder om de buitenste laag die voor de bedekking zorgt. Verwante woorden zijn vlies (omhulsel van een inwendig orgaan) en film, zoals in een filmrolletje of een dun laagje vet of olie. Met dit verschil in herkomst kan een belangrijk nuanceverschil worden uitgelegd.

 

De huid is ons contactorgaan, de grens tussen het inwendige en het uitwendige. Daarom zeg je ook dat iemand een gevoelige huid of een dikke huid heeft, en niet een gevoelig vel of een dik vel. De huid kan tintelen of blozen, dat doet het vel niet. Het vel is dunner dan de huid. Daarom spreken we niet over de poriën van het vel, en zeggen we niet dat iemand de huid over de oren wordt getrokken.

 

De twee andere betekenissen van vel zijn gemakkelijk te herleiden tot de eerste betekenis, ‘huid als dunne beschermlaag’. Dat dunne laagje kan uit allerlei materiaal bestaan, denk aan een vel op de melk. En het vel papier komt via het vel van perkament van gedroogde dierenhuid.

 

Bij de mens hebben we voldoende aan huid en vel. Maar bij dieren kennen we nog meer onderscheidingen: de pels voor de behaarde huid van knaag- en roofdieren, en een vacht voor huid met beharing die geschikt is om er wol van te maken. Het plantenrijk kiest voor geheel andere woorden: schors voor de wat meer houtige beschermlaag met direct daaronder de bast. Dus eigenlijk schors voor vel en bast voor huid. En bast wordt ook algemener gebruikt voor de gladde beschermlaag van een stam of tak. Opmerkelijk is wel dat vruchten geen bast hebben maar een schil.

 

Tot slot nog de proef met beide woorden in één zin. Niet zelf verzinnen natuurlijk. Deze trof ik in het wild aan: De velletjes en schilfertjes op de voetzool worden veroorzaakt door een te droge huid. En nu maar hopen dat u voldoende uitleg hebt om te verklaren dat we niet uit onze huid springen of dat iemand niet zo lekker in zijn huid zit, en dat we niet spreken over een donkere velkleur of een velaandoening. Als u de smaak te pakken krijgt, gaat u verder met het verklaren van de ongerijmdheid van kippenhuid en de huid van een worst. En als u hiermee klaar bent, gaat u op zoek naar beeldspraak zoals in je blote bast, of wordt u met uw kritisch commentaar de luis in de vacht van deze taalrubriek.