De woorden overlappen in betekenis, maar er is een belangrijk verschil.

 

collectieve sector     

overheid plus instellingen en regelingen voor sociale zekerheid

De Participatiewet is bedoeld om meer mensen aan een baan te helpen, maar is het ook niet een verkapte bezuiniging op de collectieve sector?

 

publieke sector        

overheid plus semioverheid

Nee, dit museum is geen rijksmuseum, en het valt dus niet onder de publieke sector.

 

Soms wordt ook openbare sector gebruikt voor publieke sector, zoals bij openbare ruimte en publieke ruimte. Daar geeft het geen verwarring. Maar in combinatie met sector kan verwarring ontstaan omdat ook de collectieve sector openbaar is in die zin dat het hier gaat om regelingen die voor iedereen gelden.

 

De woorden ‘collectief’ en ‘publiek’ verwijzen elk naar een andere tegenstelling. De collectieve sector staat tegenover de ‘privé sector’: burgers, particuliere bedrijven en instellingen. Dit is het onderscheid samenleving-individu. De publieke sector staat tegenover de ‘private sector’, met ‘privaat’ in de betekenis ‘niet-ambtelijk’. Dit is het onderscheid ambtenaar-burger. Dit klinkt nogal abstract. Daarom nog wat toelichting met enkele concrete voorbeelden. In de collectieve sector gaat het over sociale zekerheid. Voorbeelden zijn instellingen als de sociale dienst of het arbeidsbureau, en regeling zoals de Wajongregeling, de Wia, de WW en de AOW. De publieke sector is veel ruimer. Het gaat hier om niet alleen om gemeenschappelijke (dus ook weer ‘collectieve’) voorzieningen zoals onderwijs, zorg, rechtspraak, maar ook om bijvoorbeeld het koninklijk huis of ambassades of openbare bibliotheken.