De woorden worden door elkaar gebruikt, maar er is wel een verschil.

 

gevaar           

mogelijkheid van verlies of letsel

Met gevaar voor eigen leven redde zij de puppy’s uit het brandende huis.

 

risico             

kans op daadwerkelijk verlies of letsel 

Zij nam een groot risico door met een oude uitrusting die berg te willen beklimmen.

 

Het is wel begrijpelijk dat gevaar en risico vaak door elkaar worden gebruikt, want als de ‘mogelijkheid’ bestaat dat iets gebeurt, dan is er ook een ‘kans’ dát het gebeurt. Toch is het verschil gemakkelijk uit te leggen. Neem het verkeer. In het verkeer kun je een ongeluk krijgen. Dat hoort nu eenmaal bij verkeer. Het is, zou je kunnen zeggen, een eigenschap van verkeer, en daarmee de ‘bron’ van een mogelijk ongeluk. Die mogelijkheid noemen we het gevaar van het verkeer. Maar de kans dat we ook werkelijk een ongeluk krijgen, noemen we het risico. Beide woorden in één zin: Het verkeer is nooit zonder gevaar, maar je loopt meer risico in een auto dan in een vliegtuig.

 

Een risico is de ingeschatte kans op het daadwerkelijke effect van een mogelijk gevaar. Of korter in een pseudoformule die in uitleg ook wel gebruikt wordt: risico = kans x effect.

 

Gevaar kan ook benoemd worden met de ‘bron’, zoals in brandgevaar of lawinegevaar. Dat mogelijke gevaar kan zelden of vaak werkelijkheid worden. Dat noemen we dan een klein of groot risico.

 

Controlevraag. We hebben risicokapitaal en risicogroep, maar moet dat dan niet zijn gevaarkapitaal en gevaargroep? Want met kapitaal heb je toch eigenlijk altijd de mogelijkheid van waardedaling, van verlies dus. En in elke groep heb je toch in principe de mogelijkheid van iets ongunstigs? Inderdaad, die redenering klopt, het gaat hier eigenlijk om verhoogd risico. Maar kennelijk vindt onze taal het niet nodig om dit rekenkundige verschil in een apart woord uit te drukken.