Er is betekenisverschil.
 
alleen             
zonder een ander 
Zij kwam alleen te staan met een dochtertje van zeven maanden.
 
eenzaam        
ongewenst alleen, verlaten     
Ik ben graag een dag alleen, maar als ik dan ’s avonds niemand gesproken heb, voel ik me bij het slapen gaan wel wat eenzaam.
Ik liep door een eenzame straat, maar toen ik de bocht om ging, bleek ik daar niet alleen te lopen.
 
Aan het voorbeeld bij alleen is te zien, dat het woord ook een iets ruimere betekenis heeft: ‘zonder medewerking van een ander’. En alleen heeft ook de betekenis ‘uitsluitend’. Hier wordt alleen ‘alleen’ besproken in tegenstelling met eenzaam.
 
De woorden alleen en eenzaam komen samen in een intrigerende boektitel: Eenzaam maar niet alleen, de memoires van koningin Wilhelmina. Zij voelde zich innerlijk ‘eenzaam aan de top’ in haar zo bijzondere functie, maar zij was uiterlijk niet alleen, altijd omringd door adviseurs, politici en mensen die iets van haar wilden. Toch bedoelde zij nog iets anders. In haar voorwoord schrijft zij dat ze zich altijd ‘Door God geleid’ heeft geweten. Dit betekent dat zij zich innerlijk niet alleen voelde, dus uiteindelijk ook niet eenzaam?